Capoeira Porto de Minas

Mestre Bimba

Manoel dos Reis Machado is geboren op 23 november 1900 in de wijk Enghenho Velho, parochie van Brotas in Salvador in de staat Bahia (Brazilië). Als zoon van Maria Martinha do Bonfim en van vechter Luiz Cândido Machado begon Bimba met capoeira op 12 jarige leeftijd. Hij had als meester de afrikaan Betinho, kapitein van de zeemacht van Bahia. Het is van hem dat hij de “Capoeira de Angola” leerde vooraleer zelf les te geven gedurende vele jaren.

Bimba werd beroemd wanneer hij in de jaren 30 de “Capoeira Regional” uitvond die hij “het regionale bahiaanse gevecht” noemde en omdat hij een specifieke pedagogie ontwikkelde. In 1932 stichtte hij de eerste academie van capoeira: “het regionale bahiaanse centrum voor fysische cultuur” in de wijk Egenho Velho. In 1937 werd het Centrum het eerste officieel toegelaten om onderricht te geven in de capoeira.

In 1953 gaven Mestre Bimba en zijn leerlingen een voorstelling voor Getulio Vargas. Bij deze gelegenheid verklaarde de toenmalige President van Brazilië: “capoeira is de enige echte nationale sport”.

Doordat hij de moeilijkheid ondervond om zijn visie van het gevecht te verspreiden in Bahia vestigde Mestre Bimba zich in 1973 in Goiana, waar hij zijn laatste jaar zou doorbrengen. Hij overleed in september 1974.

Mestre Pastinha

Vicente Ferreira Pastinha is geboren op 5 april 1889 in Salvador, Bahia. Hij is de zoon van José Señor Pastinha, afstammeling van Spanjaarden, en van Raimunda dos Santos, een zwarte geboren in Santo Amaro da Purificacão.

Hij begint met capoeira te leren op 8 jarige leeftijd bij een afrikaan Benedito. Op 12 jaar gaat hij naar de zeevaartschool. Hij stopt hiermee in 1910 en begint hij les te geven in capoeira. Om te overleven werkt hij in “Diario da Bahia” (de krant van Bahia), schildert met olieverf, werkt als schoenpoetser, stoelenmatter of metser.

In 1941 sticht hij het “Sportief centrum van de Capoeira Angola” (CECA) in de wijk Pelourinho in Salvador. In 1964 geeft hij zijn boek ”Capoeira Angola” uit. Kort daarna brengt hij een plaat uit met capoeira ritmes en liederen en in 1966 gaat hij naar Afrika om Brazilië te vertegenwoordigen op het eerste “Wereldfestival van negerkunst”. In deze periode lijdt hij al aan problemen met zijn zicht, wat zal verergeren de volgende jaren. Hij sterft volledig blind op 13 november 1981 op 92 jaar.

Mestre Pastinha mag beschouwd worden als de grootste vertegenwoordiger van de “Capoeira Angola” door zijn grondige kennis van de wortels en door zijn liefde en toewijding voor deze kunst.

Mestre Waldemar

Waldemar da Paixão is geboren op 22 februari 1916 in Salvador. Hij begon met capoeira in 1936 op 20 jaar. Hij is leerling geweest van Siri de Mangue, Canário Pardo, Peripipi, Talabi en Ricardo da Ilha de Maré, grote meesters van zijn tijd.

Hij begon capoeirales te geven in 1940, jaar waarin de voorstellingen ontstonden in de straat Estrada da Liberdade. De roda, geleid door Mestre Waldemar, wordt één van de belangrijkste ontmoetingsplaatsen van de bahiaanse capoeirista’s van deze tijd.

Hij onderscheidt zich in het spel van de berimbau en in de zang en wordt beschouwd als één van de beste zangers in de geschiedenis van de capoeira. Meester Waldemar is gekend voor het maken van de meest bekende berimbaus met revolutionaire constructietechnieken en voor het starten met de handel van deze instrumenten. De beschildering van de stukken bepaalt zijn echte fabricagestijl, nog altijd gebruikt tegenwoordig.

Men zegt dat Mestre Waldemar tijdens de capoeira dagen zich kleedde als voor een galadag. Bedekt met goud wandelde hij fier in een linnen broek, een witte vest, gepoetste schoenen en een strooien hoed. Zoals zijn dichtste leerlingen verliet hij de roda op dezelfde manier als hij het spel begon. Hij had de eer geciteerd te worden door Jorge Amado in één van zijn boeken: “ze voerden de moeilijkste trappen uit, sprongen, ontspanden zich, amper een voet op de grond en op het einde van het spel waren hun kleren even proper als ervoor, onberispelijk.” Mestre Waldemar stierf in 1990 en blijft één van de grootste persoonlijkheden in de geschiedenis van de capoeira.

Maître Canjiquinha

Washington Bruno da Silva is geboren op 25 september 1925 in Salvador. Hij was de zoon van José Bruno da Silva, een bekend modeontwerper en van de wasvrouw Amalia Maria da Conceição. meester Canjiquinha is begaafd met een groot improvisatievermogen en onderscheidt zich op de berimbau en de zang.

Door zijn groot communicatievermogen is hij in deze periode één van de meest gevraagde capoeiristen voor deelname aan officiële demonstraties van de Staat en van de clubs. Hij verschijnt ook enkele keren in de filmzaal, in de films “O pagador de promessas” (de betaler van beloften), “Operação Tumulto” (onrustige operatie) en “Capitães de Areia” (kapiteinen van het zand).

Hij is de leerling geweest van Raimundo Aberrê en men zegt dat er weinigen zijn die een zangrepertoire zoals dat van Meester Canjiquinha hadden. Hij is gestorven in 1994, juist voor zijn 69e verjaardag.

Maître João Grande

“De jonge capoeiristen moeten de capoeira beoefenen zoals een dans en niet zoals een gevecht en ze moeten zich verenigen zodat de Capoeira van Brazilië kan groeien, of het nu de Capoeira Angola is of de Regionale.

João Oliveiro dos Santos is geboren op 15 januari 1933 in Bahia. Als leerling van Meester Pastinha erft hij van hem de filosofie en de kennis van de capoeira van Angola. In 1966 maakt hij deel uit van het gezelschap dat zich begeeft naar het eerste “Wereldfestival van negerkunst” in Dakar (Afrika)

Momenteel geeft hij capoeirales in de Verenigde Staten. Hij heeft veel leerlingen en geniet altijd van een groot aanzien. Hij heeft de titel verworven van Eredokter van de Universiteit van Upssala en is lid van de Raad van de Braziliaanse Associatie van de Capoeira Angola. Hij is één van de grote namen uit de geschiedenis van de capoeira.

Manduca da Praia

De historici weten de geboorte- en de sterfdatum niet van Manduca da Praia. Gevreesd door politie en capoeiristen maakt deze Braziliaanse anti-held deel uit van de geschiedenis van boefjes en van de capoeira van Rio in een periode waar deze twee ineenliepen tot 1850.

De verhalen van deze periode getuigen van zijn beweeglijkheid met de dolk, het mes en de pétropolis (een lange stok). Men zegt dat hij groot was, halfbloed, sterk, met een baard en rode haren. Manduca da Praia bezat een visbank op het Praça do Mercado die hem veel geld opleverde.

Als autodidact heeft hij nooit bij een groep gehoord. Hij bezocht geen rodas maar men vreesde hem daarom niet minder. Hij was altijd goed gekleed.