Capoeira Porto de Minas

instrumentos1

Het volledig orkest van een roda van de capoeira van Angola bestaat uit drie berimbaus, twee pandeiros, een atabaque, een agogô en een reco-reco. Mestre Bimba, stichter van de regionale capoeira, gebruikt enkel een berimbau en twee pandeiros in zijn roda.

De berimbau

Van de drie berimbaus die samen gespeeld worden is deze die het zwaarste klinkt de “gunga” of de “berra-boi” genoemd. Hij wordt meestal bespeeld door de meest ervaren capoeirist of de leider van de roda. Deze berimbau bepaalt het ritme van de roda en de manier van spelen.

 

De berimbau met tussentoon, “medio” genoemd, markeert het ritme van het orkest, met weinig variaties in zijn spel. De “viola” met de kleinste kalebas en met het scherpste geluid doet niets anders dan “dubbelen” zodat zijn spel bijna uitsluitend bestaat uit variaties. Ze wordt ook genoemd als “Rucumbo”, “Urucungo”, “Uricungo”, “Gobo”, “Marimbau”, “Viola de arame” enz.
Het hout dat het meest gebruikt wordt voor de vervaardiging van dit instrument is de biriba, maar er bestaan ook berimbaus uit bamboo of andere resistente materialen. De lengte varieert volgens de meester van 1,10m tot 1,50m. De meest voorkomende maat is 7 handpalmen.

In de tijd dat capoeira verboden was en de conflicten tussen capoeiristen en politie frequent voorkwamen waren de stokken aan de bovenkant plat en aan de onderkant puntig. Zo kon de berimbau worden ontwapend en in een wapen veranderd op momenten waarop het nodig was om zich te verdedigen.

In het begin was het koord dat voor de berimbau gebruikt werd een liaan of een koord uit liaan. Vanaf 1920-1930 begon men een metalen draad te gebruiken, meestal een ijzeren draad. Tegenwoordig gebruiken alle capoeiristen stalen draden die uit oude banden vervaardigd zijn.

De kalebas (Cucurbita lagenaria, Linneu) wordt goed gedroogd gebruikt en het uiteinde dat aan de steel gebonden is, wordt gesneden in cirkelvorm. Ze doet dienst als klankkast en vergroot de klank van het instrument. Het is belangrijk te onderstrepen dat de kalebassen niet mogen “verbonden” worden met de stokken op een willekeurige manier. De maat van de kalebas en zijn bedekking moeten perfect gecombineerd worden met de maat en de dikte van het hout. Over het algemeen zijn de grote kalebassen verbonden met de fijne takken en geven aanleiding tot de “gunga”, de kleine kalebassen worden gecombineerd met dikke takken en vormen de “viola”.

De caxixi

Het gaat hier om een klein mandje uit gevlochten riet waarvan de onderkant gedicht wordt door een stuk van een kalebas waarin zaadjes geplaatst zijn (Lágrimas-de-Nossa-Senhora, zaadjes van banaan enz.), schelpen of kleine steentjes. Hij doet dienst als rammelaar.

De dobrão

Het betreft hier een oud stuk koper dat gebruikt wordt om de gespeelde noot van de berimbau te veranderen.

De baqueta

Het gaat hier om een stokje (bij voorkeur uit biriba hout) dat het instrument vervolledigt. Zijn echte herkomst is niet gekend. Men weet alleen dat dit instrument bestaat in verschillende delen van de wereld, Afrika inbegrepen. Doordat er geen enkel archief is over het bestaan van muzikale bogen die origineel van Brazilië zijn in de tijd van zijn ontdekking veronderstelt men dat de baqueta (en de berimbau) in Brazilië geïntroduceerd zijn door Afrikaanse slaven.

De atabaque

Het woord komt van het arabisch aT-Tabaq wat wil zeggen “plat”. Het is een percussie instrument van Arabische oorsprong. Hij heeft de vorm van een ton met een vel over de opening van het bovenste gedeelte, waarop men met de handen slaat.

Le pandeiro

Dit is een reep met rinkelbelletjes waarop men een vel spant dat bespeeld wordt al slaand met de handen.

De agogô

Dit instrument bestaat uit een dubbele ijzeren klok waarop geklopt wordt met een stuk metaal waardoor twee geluiden ontstaan, één op elke klok. Hij is in Brazilië geïntroduceerd door afrikanen. De term agogô komt van de nago taal en wil zeggen “klok”.

De reco-reco

Het is een percussie instrument dat bestaat uit een stuk bamboo met dwarse gleufjes dat men laat resoneren door erover te strijken met een stokje uit hout of metaal zodat een onregelmatig geluid ontstaat.